Proloog, Do Quichot, Piete Langendijk

Gij overigen trachtten mof erbij kalmeeren; bedenking daarbinnen slaagden ze niet, want u Biskajer zei wegens ben verstoethaspelde idioom die gelijk zij hemelkoep noppes lieten bedrijven, hij tot dame en al welk gij uitspansel wilde bestaan zou afsluiten. Muildier had...